Classic taping is zo genoemd om het verschil aan te geven tussen het moderne medical taping en de ouderwetse tape methode.
De klassieke tapemethode heeft als doel om een lichaamsdeel, meestal gewrichten, zo in te tapen dat uitsluitend de beweging die pijn doet wordt belemmerd. Voordat deze methode door onder meer Bert van Wingerden in Nederland werd geïntroduceerd, zette men bij verstuikingen, spierscheuringen en of verrekkingen door middel van gips het gehele lichaamsdeel enkele weken vast met allerlei nare gevolgen van dien. Klassiek tapen laat ruimte voor bewegen waardoor de spieren niet extra verzwakken en de bloeddoorstroming, belangrijk voor een goed en snel herstel, van het lichaamsdeel zoveel mogelijk op peil blijft.
De klassieke tapemethode kan worden toegepast na een verzwikking, kneuzing, spierscheuring en een ontwrichting. De tape kan vooral goed worden toegepast op onder andere vingers, pols, knieën en enkels.
De tape is ook preventief te gebruiken als bescherming van gewrichten of banden tijdens het sporten.